Fien Wagner-Milané 

Mevrouw Wagner-Milané wordt geboren in mei 1935 in Djokjakarta.

De naam van haar vader is Moshes Milané, Zijn extra naam is Gouden Regen. Hij is van Italiaanse afkomst: zijn overgrootvader is via Frankrijk en Nederland in Indonesië gekomen.

Haar vader is Overste/Kapitein in het Koninklijk Nederlands Indische Leger tot de inval van Japan. Een lieve maar strenge man, die wel vindt: alles op zijn tijd. Zijn kinderen kon hij sturen met zijn ogen.

Haar moeder heeft Mariana Ramas, Sterk Bloed is haar extra naam. Haar adellijke verwantschap met de heerser van het grootste Sultanaat van Java is nu te ingewikkeld voor haar om uit te leggen.

Haar vader is katholiek, haar moeder belijdt een vorm van hindoeïsme.

De ouders zijn tegen het huwelijk maar haar vader leent papieren van de prins en trouwt haar zo. Als de Sultan erachter komt dat hij niet van adel is, wil hij dat zijn dochter terugkomt. Ze is dan al zwanger, hij verstoot haar en ze laat zich tot christen dopen.

Opa van moeders kant is kleermaker, hij speelt veel muziek, componeert ook en danst oude rituele dansen in het paleis van de sultan. Ook haar leest hij deze dansen. Hij hoort bij de elite. Ze wonen dicht bij het paleis. Soms brengt het personeel haar naar het paleis.

Deze tijd herinnert ze zich als een sprookje, ze is een gelukkig kind. Alles is mooi, de geuren, de kleuren, de geluiden. Ze denkt aan de bloemenkransen die haar moeder maakt.  Haar moeder maakt zich graag mooi. Haar vader houdt ook veel van de natuur, vooral van vogels. Ze hebben honderdvijftig eenden die ze soms naar de sawa’s brengen. Als ze haar ogen dicht doet, ziet ze dit droomleven weer voor zich. Bij het terugdenken aan de frisse lucht, het zien van de stroom lava die neer komt in de avond uit de bergen, de exotische geuren weet ze dat dit de gelukkigste tijd van haar leven is.

Ook een beetje spannend: haar opa maakt de kinderen bang voor vuurvliegjes en de geesten in de bomen voor het paleis.

Haar broer is minder bang, die eet stiekem van de fruitoffers voor de geesten. Er zijn nog zes kinderen boven haar en na haar wordt nog een zusje geboren.

Ze gaat naar school bij de Zusters Franciscanessen, Hollandse zusters, Ze krijgt een broodtrommeltje mee, een lei, een fles water en een doekje om de lei schoon te maken. Ze valt er vaak in slaap.

De kraton is een mooi paleis, het is groot met een gouden poort, galerijen en zalen waar de danseressen optreden. Ook het huis van haar familie, dicht bij het paleis, is zo. Ze leven het leven van de elite met veel personeel en geen contact met de bevolking uit het dorp. Dit is voor haar de goede oude tijd.

In het kamp later droomt ze soms van het huis en een man in prachtige kleding, haar moeder herkent later meteen uit haar beschrijving de voor haar geboorte overleden opa….

Bij de inval van Japan in Nederlands- Indië weet ze nog dat ze in de schuilkelder zijn. Bang als de vliegtuigen over komen en ze schoten horen. Haar moeder die teruggaat om de baby die nog in de wieg ligt op te halen.

De pastoor raadt aan om met het gezin vrijwillig naar het kamp te gaan omdat ze daar dan tenminste eten zullen krijgen. Voor de oorlog was het een kamp voor mensen die buiten de maatschappij vielen, zoals daklozen en zwervers. De moeder gaat met vijf van haar kinderen. Maar ook daar krijgen ze weinig te eten. Haar moeder ruilt sieraden voor eten en kleren.

Aanvankelijk is er nog een school waar iedereen Japans moet leren en zingen. Hun kleren zijn versleten of te klein, ze dragen jute jurkjes.  Ze begrijpt niets van de straffen.

Bij het appél staan ze met het gezicht naar de zon en zingen ze iedere morgen het Japanse Volkslied. Moeders bij moeders en kinderen bij kinderen. Ze mogen niet praten. Ze moeten gymnastische oefeningen doen maar door de honger zijn ze eigenlijk te slap.

Daarna werken in de fabriek, urenlang sisaltouw pluizen. Zes dagen per week werken tot het donker wordt. 

Er is veel honger, als een Japanner een banenschil weggooit vliegen ze eropaf. Ze ziet dat als haar moeder eten steelt voor de kinderen, ze erg gestraft wordt. De kinderen huilen, bang dat hun moeder vermoord wordt. Er zijn heel veel mensen in het kamp, veel mensen en veel kakkerlakken in hun kamer. Ze kunnen er alleen op de grond zitten. Het eten lijkt haar nu een soort couscous met muizenkeutels erin. Ze weet wel dat haar moeder veel bidt.

Met Pasen worden er in het kamp kerstboompjes gemaakt van kleine palmboompjes. Speelgoed is er niet, ze speelt met gescheurde bladeren en krekels, die ook gegeten worden.

Er zijn veel ziekten, tyfus, dysenterie etc.

Als ze acht jaar is, wordt ze gescheiden van haar moeder en zusjes. Ze krijgt eten van een aardige Japanner, ze mag zelfs kiezen en krijgt bami in een restaurant. Vriendinnetjes heeft ze niet. Ze is bang voor klappen van de Jap maar kan wel uit het kamp soms om eten te versieren. Ze ziet dat haar ouderlijk huis is gebombardeerd en geplunderd. Ze voelt zich verlaten, erg eenzaam en huilt veel. Soms wordt ze erg geslagen, ze houdt zich vaak stil in een hoekje en droomt zich in een andere wereld. Verder is ze heel gelaten en heel erg alleen.

In 1945 valt de atoomboom op Hiroshima. Ze worden bevrijd door Amerikaanse, Australische en Engelse soldaten. Ze ziet de soldaten komen uit de lucht, aan een paraplu denkt ze. Pas dan is ze minder bang.

Vrede, Vrede wordt er geroepen. Het Rode Kruis ontsmet hun lichamen en haren met carbolzeep, ze zijn lang niet gewassen. Ze krijgen biscuitjes en chocola en eten zich allemaal ziek.

Er is wat rijst, brood en uit de gaarkeukens komt stamppot….

Na de Bevrijding komen de Indonesiërs, ze worden gezien als collaborateurs met de Hollanders. Ze worden uitgescholden, bedreigd en in elkaar geslagen. Bang voor het Wilhelmus zijn ze weer, de angst om levend begraven te worden met de Nederlandse vlag. Heel haar leven denkt ze bij het zien van de vlag hieraan. 

Na de oorlog wordt ze herenigd met haar moeder. Haar moeder is niet blij als ze haar ziet. Ze omhelst haar kind niet, en bouwt geen band meer met haar op. Al die tijd verlangde ze naar haar moeder maar ze bleef altijd een vreemde voor haar. Ze begrepen elkaar niet. Haar zusjes hebben wel een goede band met haar moeder. 

Als KNIL- mensen gaan ze ‘tijdelijk’ naar Nederland. Ze voelen zich Hollanders maar worden hier niet zo gezien…Maar hier zijn ze vreemde mensen die ook mais eten, saté en knoflook.

In Brabant zagen de mensen niet eerder mensen uit Indonesië, ze worden gediscrimineerd. Mensen doen alsof ze vies zijn.

Ze gaat naar de Herstelschool in Nederland, na school gaat ze werken bij de Kinderbescherming, waar ze de kinderen erg brutaal vindt en daarna in de zorg. Ze trouwt met een man die ook geleden heeft in de oorlog, krijgt nooit kinderen. 

Nooit kan ze meer Japanners of Indonesiërs vertrouwen. Hitler en Japan wilden voor haar heel Azië en Europa veroveren, als twee handen op een buik. Ze kan ze niet vergeven omdat ze het niet kan vergeten. Oorlog is zinloos voor haar. 

Nog steeds draagt ze veel sieraden, als een verzekering voor slechte tijden.

Voor ze gaat slapen bidt ze tot Maria en vraagt om een rustige nacht. Maar ze heeft ook nu nog vaak nachtmerries over vluchten, schieten en geweld. Ze is opgelucht als ze wakker wordt en gelukkig alles voorbij is. 

Het grootste wonder vindt ze zelf dat ze nog leeft, alsof ze beschermd is door een engelbewaarder of andere kracht, terwijl ze meer dood dan levend was. Haar heilige is St. Jozef, ze werd naar hem genoemd: Josefine. In haar dromen ziet ze de dingen die gaan gebeuren soms en praat ze met de overledenen, die soms heel mooi zijn. Maar ook haar vader ziet ze, ernstig gemarteld. Ze heeft een groot geloof in een leven na de dood.

Geloof maakt haar sterker. De rijke Vader God in de hemel beschermt haar en na haar dood zal ze weer bij haar Jan zijn. Haar troost nu is alle mensen om haar heen. Haar levensmotto is blijven zingen, er is overal een liedje voor. Haar houvast is het mooie in de natuur. In de stilte zul je God vinden en geef het mooi dat je in je hebt aan de ander.

Interview gehouden in mei 2015, samenstelling tekst en redactie door Annemarie Cornelissen, en selectie van clipskeuze door Stan de Laat


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.