Max hamburger 

“Je moest de oorlog overleven om na de oorlog aan de mensen te kunnen vertellen wat ze (de Nazi’s) allemaal met ons hebben gedaan”.

Max Hamburger, geboren op 10 Februari 1920 te Amsterdam was een man van Joodse afkomt. Hij studeerde geneeskunde, hetgeen achteraf zijn leven heeft gered. Nadat hij werd opgepakt is Max van kamp naar kamp gereisd. Hier heeft hij geprobeerd om zelf te overleven, maar ook om naar zijn medemens de hand toe te reiken. Uiteindelijk is Max in Buchenwald terechtgekomen waar hij uiteindelijk is bevrijd door de Amerikanen op 11 april 1945. 

Vroege jeugd

Zijn familie is in de zestiende eeuw uit Hamburg gevlucht en zijn uiteindelijk in Noord-Holland terecht gekomen, vlak bij het Weesperpoortstation in Amsterdam.

Hier startte zijn familie een winkeltje in textiel. Zijn vader was diamantbewerker en overleed door een ongeval toen hij vier jaar oud was. Daarnaast werd zijn vier jarige broer ziek en overleed uiteindelijk aan de gevolgen van leukemie kort na de dood van zijn vader. Als gevolg werd Max uitbesteed aan een pleeggezin in Hilversum.

Na de lagere school is Max naar de HBS gegaan om uiteindelijk geneeskunde te studeren.

De begin jaren van de tweede wereldoorlog

In de begin jaren van de oorlog was Max bezig met het voorkomen dat zijn medemensen gedeporteerd werden. Zo is hij na een tijdje uit de Joodse Raad gestapt, omdat hij niet wilde collaboreren met de Duitsers. Daarnaast heeft hij tijdens de oorlog gewerkt in het Nederlands Israëlitische ziekenhuis. Hier deed hij ook al mee aan verzetswerk, zoals mensen bewust ziek maken zodat ze niet op transport werden gezet.

Tijdens de oorlog moest Max moest zich steeds meer aanpassen om te voldoen aan de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. ‘Je raakte al je spullen kwijt en je mocht bijvoorbeeld geen gebruik maken van het openbaar vervoer.’

Al snel werd het voor Max duidelijk dat hij moest gaan onderduiken toen zijn moeder werd gearresteerd. Vervolgens heeft een verzetsstrijder valse persoonsbewijzen gemaakt waardoor Max en zijn moeder konden onderduiken. Max gebruikte de beschikbare tijd tijdens het onderduiken vooral om te studeren voor zijn doctoraalexamen. Helaas werden ze na een tijd verraden en zijn ze gedeporteerd naar Westerbork.

Tijd in Westerbork

In Westerbork kwamen ze terecht in een strafbarak, ook wel de S-barak genoemd. Later, door de hulp van vrienden zijn ze overgeplaatst naar een normale barak. Hier heeft Max een tijd in het ziekenhuis gewerkt als een soort verpleegkundige. Max leefde in die tijd op de automatische piloot. Hij had geen vrienden en de meeste mensen waren op zichzelf geconcentreerd. Ook zijn moeder zag hij niet meer, zij moest in de strafbarak blijven. De leefomstandigheden in Westerbork waren slecht. Je kreeg maar een paar keer te eten. De mensen in Westerbork hadden geen idee wat er verderop in Auschwitz gebeurde met hun medemensen. Toen Max zich moest melden is Max bij de artsen gaan staan. In de eerste paar weken in Westerbork was Max ziek, hij werd verzorgd door medegevangene Sally de Jong. Sally was een arts die ervoor heeft gezorgd dat Max niet op transport hoefde. Dit deed hij door bij de medische keuring Max te vertellen dat hij naar de wc moest gaan zodat hij niet gekeurd kon worden om op transport te gaan. Als de Nazi’s erachter kwamen dat je ziek was werd je namelijk onmiddellijk naakt op transport gezet naar Auschwitz en daar direct vergast.

Het leven in Auschwitz 

Op 8 februari 1944 werd Max opgeroepen om op transport gegaan. Op 10 Februari kwam Max aan in Auschwitz op zijn 24e verjaardag. Hij werd onmiddellijk beroofd van zijn kleren en haren om vervolgens gereduceerd te worden tot een nummer: 173 567. 

Het leven in Auschwitz was totaal uitzichtloos. ‘Je kreeg direct een nummer en je werd ook behandeld als een nummer.’ In Auschwitz kwam Max in de D-lager barak terecht. 

Mensen werden mishandeld in Auschwitz en vrienden maakte je niet. Het was ieder voor zich.

In de avond moest Max luizencontroles uitvoeren. Hier kwam hij langs verschillende barakken. Ook kwam hij langs de barakken waar de mensen zaten die in de gaskamers werkten. Met deze mensen mocht hij niet spreken. Toch kwamen er wel enkele berichten over wat er in de gaskamers gebeurde. Hij vertelde dat de mensen binnenkwamen en zich moesten uitkleden. Er werd dan gesuggereerd dat de mensen zich moesten douchen. Maar er was een speciale toegang voor het zogenoemde Zyklon-B gas. Na een paar maanden werden deze werknemers ook vergast en werden ze vervangen. Dit deed men om ervoor te zorgen dat het geheim bleef wat er gebeurde in de gaskamers.

Max ervaarde het leven in Auschwitz ‘alsof je alles op de automatische piloot deed’. Bepaalde dingen kwamen niet meer binnen, men werd gevoelloos. Op 6 maart 1944 kwam een transport aan in Auschwitz met daarbij een arts die hij kende van voor de oorlog. Deze arts kwam terecht in een barak tegenover Max en vertelde dat de moeder van Max geselecteerd was voor vergassing en het dus niet had overleefd. Max vertelt hierover: ”Gevoelsmatig heb ik dat van mij afgezet, omdat traumatische ervaringen onverwerkbaar waren in die tijd”. 

Tijdens deze periode is het Joodse geloof van grote betekenis geweest voor Max. Zo vertelt hij dat het geloof hem kracht gaf om ondanks de barre omstandigheden waarin hij zich bevond hij bereid was, als je de mogelijkheid had, om voor je mensen of bekende in te zetten. Dit deed hij met overtuiging en betrokkenheid. Zo bewaarde hij een kopje soep voor de mensen die na een dag dwangarbeid totaal uitgeput en soms zelfs verlamd terugkwamen in de barak.

Wüstegiersdorf 

Na een tijdje werd Max opnieuw op transport gezet en kwam aan in Wüstegiersdorf. Vergeleken met Auschwitz was Wüstegiersdorf een luxe kamp. De toegang tot eten en drinken was beter vergeleken met Auschwitz en er was een gemeenschappelijke grote kamer voor artsen waar je kon opwarmen. Ook werd hier stiekem naar de Engelse radio geluisterd om het laatste nieuws over de oorlog te volgen. Dit gaf veel hoop aan Max en hier werden tevens intensieve vriendschappen gesloten. Helaas vaak niet voor lang.

Lopen naar Buchenwald

Max moest maar liefst tachtig kilometer lopen naar Buchenwald, zelf noemt hij dit een godswonder dat hij dit heeft overleefd. Hij was immers in een zeer slechte conditie door ondervoeding en ziekt. Hulp van anderen kon Max niet verwachten, het was ieder voor zich en hij was dan ook volledig overgeleverd aan zichzelf. De situatie waarin hij zich bevond drong allang niet meer bij hem door. “Je moest je gevoelsmatig afsluiten. Je leefde op de automaat. Je gevoel moest je wegstoppen, want dit was onverwerkbaar.”

Nadat de Amerikanen steeds dichterbij kwamen moest Buchenwald ontruimd worden. Max was er destijds na ruim een jaar gevangenschap zeer slecht aan toe en hij kon zich nauwelijks meer bewegen. Hij woog nog maar 35 kg en bleef achter in een barak. Vier dagen na de bevrijding is hier de bekende foto gemaakt van de zogenoemde ‘sterfbarak’.

Bevrijding van Buchenwald 16 april 1945. De zichtbaar zeer verzwakte Max Hamburger is op de foto van links naar rechts bekeken de vierde persoon op het onderste stapelbed.

Opgeven kwam bij Max niet in hem op, zelfs toen hij in Buchenwald meer dood dan levend was. Max vond dat hij het niet kon permitteren om dood te gaan, want je moest overleven om na de oorlog getuigenis te kunnen afleggen van wat er toen allemaal is gebeurd.

Na de oorlog

Na de oorlog is Max met zijn twee dochters teruggegaan naar Buchenwald. Hij vond het uniek dat je als overlevende getuigen nog naar die plek kon gaan. Doordat Max zoveel familieleden is verloren tijdens de oorlog vindt hij het belangrijk om zijn familie te herdenken. “Want door ze te herdenken houd je ze in leven, maar het blijft altijd een litteken in mijn ziel.”

Max heeft de oorlog naar eigen zeggen overleefd door enerzijds geluk, en anderzijds door zijn traumatische jeugd. Zijn moeilijke jeugd gaf hem kracht om in moeilijke situaties verder te komen. Na de oorlog heeft Max zijn verdere leven gewijd aan zijn grootste drijfveer: het helpen van andere mensen. Zo is hij na de oorlog afgestudeerd als psychiater om zo mensen die de oorlog hebben overleefd te helpen en heeft hij geholpen om een Joods leerhuis op te richten in Meerssen. 

Tenslotte heeft Max nog een belangrijke boodschap voor de huidige generatie. Deze boodschap luidt als volgt: “Je leven krijgt pas zin als je bereid bent je naaste de hand te reiken en te zorgen dat het leven voor hem ook leefbaar wordt. Zo zul je het leven van jezelf en dat van de wereld verrijken.”

Max heeft ons laten zien dat je in de meest zware omstandigheden nog steeds in staat kan zijn om je medemensen de hand te reiken en daar waar nodig mogelijk iets positiefs voor ze te doen ook al is dit iets heel kleins. Deze opvatting van Max komt voort vanuit het Joodse geloof waarin naastenliefde en barmhartigheid centraal staan.

Wanneer het leven zo uitzichtloos leek en het makkelijker was om egoïstisch te zijn koos Max ervoor zijn medemens te helpen. 

Als laatste deelt Max mee dat hij het een voorrecht vindt om zeer goede relaties met andere godsdiensten te onderhouden. Dit zorgde ervoor dat hij na de oorlog in staat was om met goede Duitsers samen te werken. ‘Dit maakt dat je mens blijft.’

Samenstelling en redactie door


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.