“Niemand vraagt je om iets te vinden” (Max Koker)

Max Koker (1927, geïnterviewd op 90-jarige leeftijd) is een man met een joodse achtergrond die is geboren en opgegroeid in Amsterdam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is hij opgepakt en vervoerd naar kamp Vught en later naar kamp Auschwitz. In deze tijd verloor hij zijn vader en zijn broer David Koker. David heeft later naamsbekendheid gekregen door de publicatie van zijn dagboek, dat hij in kamp Vught geschreven heeft. Na de oorlog heeft Max zijn leven weer op weten te pakken. Hij studeerde economie, had een succesvolle maatschappelijke carrière, trouwde en kreeg (klein)kinderen.

Portretfoto Max Koker
Max Koker

Vroege jeugd

Max Koker werd geboren op 5 maart 1927, in Amsterdam-Zuid. Max groeide op in een klein gezin bij zijn ouders en zijn vijf jaar oudere broer David. De families van zijn ouders waren oorspronkelijk Duits, maar ze verbleven al geruime tijd in Nederland toen Max geboren werd. Vader werkte aan schilderijen, was leraar en hij ontwierp juwelen. Moeder was voor de oorlog vooral huisvrouw. In de tijd voor de oorlog had Max het gevoel dat hij minder werd gewaardeerd dan zijn broer. David was dan ook 5 jaar ouder en hij was al druk bezig met schrijven, het belijden van het joodse geloof en hij ging naar de universiteit. In die tijd nam Max het allemaal nog niet heel serieus. Voor school deed hij weinig moeite. Toen de broers later in de kampen meer met elkaar op moesten trekken, kreeg met name David steeds meer waardering voor zijn jongere broertje.

Het geloof speelde een belangrijke rol voor de familie Koker. Max en zijn familie gingen regelmatig naar de synagoge. Thuis kookte moeder gerechten uit een joods kookboek. Max ging in zijn jeugd naar een joodse school, waar hij onder andere Hebreeuws leerde. Verder kreeg hij extra les om Hebreeuws te lezen en schrijven omdat zijn ouders dat belangrijk vonden. Zaterdag ging Max niet naar school omdat dit de rustdag van het joodse geloof is. De school accepteerde dit. Max kan zich nog heugen dat hij een gebed moest lezen tijdens zijn bar mitswa. De bar mitswa vindt plaats bij joodse jongens die dertien jaar worden. Vanaf dat moment moet een joodse jongen verantwoording afleggen aan God. Max had moeite met het lezen van Hebreeuws en hij herinnerde zich dat zijn vader teleurgesteld was over de vorderingen die hij had gemaakt tijdens de lessen. Net als David zou Max zich ook aansluiten bij de zionistische jeugdbeweging. Zionisme is een denkwijze waarbij gestreefd wordt naar het stichten van een onafhankelijke joodse staat. Verder vertelt Max dat hij in de periode vóór de bezetting van Nederland weinig last heeft gehad van antisemitisme (Jodenhaat).

De bezetting

Max weet het moment nog goed dat Duitsland de aanval op Nederland opende. Op 14 mei 1940 werd Rotterdam gebombardeerd. Uiteindelijk zou Nederland op 15 mei 1940 capituleren en bezet worden door Duitsland. Vader moest rond die tijd richting de haven van Rotterdam om spullen op te halen voor zijn werk. Nadat hij had aanschouwd dat de hele stad weggevaagd was, keerde hij totaal verslagen huiswaarts. Hierna volgden allerlei anti-joodse maatregelen. Max moest naar een speciale school voor joodse kinderen. Later werden ook alle joodse scholen gesloten. Vanaf een zeker moment werden alle joodse mensen, waaronder Max, verplicht om een Jodenster te dragen. Zodoende werden joodse mensen onderscheiden en uitgesloten van de rest van het volk.

Max herinnert zich deze periode vooral als grauw en somber. Er is niets uit de periode van de bezetting waar Max met plezier op terugkijkt. De sfeer werd steeds grimmiger. Op een zeker moment kwamen er Duitse soldaten langs het huis van de familie Koker om bepaalde mensen op te pakken. Op deze momenten was moeder heel dapper. Ze verzon een list waarbij ze de kinderen op zolder verstopte en waarbij vader in bed ging liggen omdat hij zogenaamd een besmettelijke ziekte had opgelopen. In deze tijd voelde vader zich vooral heel somber en machteloos en was het moeder die haar gezin probeerde te beschermen. Niemand van het gezin besloot onder te duiken. Vooral David had in zijn vriendengroep en bij de universiteit genoeg vrienden die hem konden helpen onderduiken, maar hij besloot bij het gezin te blijven. Uiteindelijk werd het gezin opgepakt en naar de schouwburg gebracht, in februari 1943. Van hieruit zouden ze uiteindelijk verder vervoerd worden naar kamp Vught. Max en David hadden de mogelijkheid om te ontsnappen, maar ze wilden het gezin niet in de steek laten. Max herinnert zich vooral dat er veel herrie en rumoer was. Hij onderging het gelaten.

Kamp Vught

Vanuit de schouwburg in Amsterdam, die dienst deed als gevangenis voor joden, werd de familie Koker overgeplaatst naar concentratiekamp Vught. Toen ze aankwamen werden de mannen van de vrouwen gescheiden. Hierdoor trok Max vooral op met vader en David in het kamp. Daarnaast ontmoette hij een andere joodse jongen: Fedush Hertz. De twee zouden veel met elkaar optrekken. Het staat hem vooral nog bij dat hij zich heel erg verveelde in het kamp. Behalve werken, vooral vloeren aanvegen, was er weinig te doen. In zijn tijd in Vught vroeg Max zich vooral af waarom ze nou opgesloten werden. “Wat hebben die mensen tegen ons!?”

Vooral dankzij David was de periode in Vught nog redelijk vol te houden. Dankzij de contacten die David onderhield in het kamp kon hij regelen dat zij zich aan konden sluiten bij het Philips-Kommando. Het bedrijf Philips, dat in de buurt van het kamp gevestigd was, had in samenspraak met de kampleiding een werkplaats ingericht in het kamp waar een aantal gevangenen werkzaamheden konden verrichten voor het bedrijf. Binnen het Philips-Kommando werden de mensen wat beter behandeld door de bewakers en kregen ze ook wat beter te eten. Daarnaast had Max wat om te doen tegen de verveling. Max moest binnen het Kommando werken op de transformatorenafdeling. Binnen kamp Vught was het heel belangrijk dat je de juiste contacten onderhield. Zo kon je een bepaald netwerk opbouwen, waardoor je zaken als werk en eten kon krijgen.

Op sommige momenten was er plaats voor enige ontspanning in Kamp Vught. Zo werden er veel grappen gemaakt in de barakken waar de gevangenen zaten. Verder werd er ook muziek gemaakt en trad er af en toe een orkest op. Voor Max waren deze momenten heel belangrijk. Op deze momenten voelde het leven weer even ‘normaal’, zoals het vroeger was. “Deze momenten waren de chocolade in een afschuwelijke pudding”, zou Max later vertellen.

Ondertussen was David bezig aan zijn dagboek in kamp Vught, wat later gepubliceerd zou worden. Later zou blijken dat David in kamp Vught al had meegekregen wat voor gruwelijke dingen er in Auschwitz gebeurden. Verschillende brieven van de Duitsers waren namelijk onderschept. Destijds had David besloten om hierover niets te zeggen tegen de anderen. Uiteindelijk werd de familie Koker in juni 1944 gedeporteerd naar Auschwitz.

Kamp Auschwitz

Toen de trein in Auschwitz aankwam, zag Max een roodgloeiende lucht boven het kamp. Op dat moment dacht hij nog dat die rode gloed veroorzaakt werd door de staalfabriek in het kamp. Later zou blijken dat die gloed veroorzaakt werd door het cremeren van joden die al eerder in het kamp waren beland. Bij aankomst werden de mannen weer van de vrouwen gescheiden. Moeder werd doorgevoerd naar Birkenau en de drie mannen werden naar het hoofdkamp gebracht. Iedereen kreeg een uniek nummer op de arm getatoeëerd. De joodse mensen werden dus letterlijk als nummers behandeld.

Omdat de mensen uit het Philips-Kommando, waaronder Max, waren geregistreerd als belangrijke radiotechnici, werden ze niet gelijk naar de gaskamer gebracht. In de drie maanden dat Max in Auschwitz verbleef, heeft hij allerlei soorten werk gedaan. Aan het begin heeft hij muurtjes gemetseld. Later heeft Max gewerkt voor het Kanada-Kommando. In Auschwitz werd je vergast als je niet was aangesloten bij een Kommando. Je moest dus werken om in leven te blijven. Eigen initiatief en slimmigheid was hierbij heel belangrijk. Bij sommige Kommando’s werden de gevangenen geslagen en hardhandig aangepakt. Je moest dus zorgen dat je je aansloot bij een Kommando waar je redelijk behandeld werd en waar misschien nog iets te eten was. Het eten was schaars en van slechte kwaliteit. Mede hierdoor zou Max ziek worden in Auschwitz. Gelukkig was hij snel weer beter, want regelmatig werden alle zieken weggehaald en naar de gaskamer gebracht. Tot zijn opluchting mochten Max, vader en David Auschwitz na drie maanden verlaten. Ze werden op de trein gezet naar Langenbielau.

Langenbielau

Langenbielau was een arbeidskamp in Neder-Silezië. Hier moest Max werken in een fabriek waar onderdelen van radiozenders werden gemaakt. Ze kregen één keer per dag te eten. Voornamelijk bloedsoep. Bloed van andere mensen te eten krijgen was nogal gruwelijk, maar het was wel voedzaam volgens Max. Uiteindelijk hebben Max en David hier afscheid moeten nemen van vader. Hij was door de slechte omstandigheden te ziek geworden. Niet veel later werd David op de trein naar Dachau gezet. Het was onderweg zo koud dat David doodvroor. Later zouden Max en zijn vriend Fedush Hertz ook ziek worden. Ze werden naar een soort ziekenhuis gebracht. Terwijl ze hier lagen realiseerde Max dat ze het niet lang zouden overleven als ze in het ziekenhuis zouden blijven liggen. Eens in de zoveel tijd werden alle patiënten meegenomen en vermoord.

Gelukkig werkte een neef van Fedush in de administratie bij een nabijgelegen kampje. Deze neef heeft een smoes bedacht om de twee naar werkkamp Dürnau te brengen. Fedush was radiodeskundige en mocht daarom naar het werkkamp. Voor Max werd een beroep verzonnen zodat hij ook uit het ziekenhuis kon ontsnappen. In dat kamp zou Max opnieuw ziek worden. Hij werd in een paardenstal verstopt zodat de Duitsers hem niet zouden vinden. Op een dag waren de Duitsers opeens verdwenen en verschenen er Russen op paarden die de gevangenen, waaronder Max, kwamen bevrijden. Hierna werd Max herenigd met andere overlevenden van het Philips-Kommando. Uiteindelijk zouden ze via Praag terugreizen naar Nederland.

Max Koker tijdens het interview met Herman Teerhöfer

Leven na de oorlog

In Nederland werd Max opgevangen door een oom. Deze oom had tijdens de oorlog ondergedoken gezeten. Een tijdje hierna is Max ook nog naar een bijeenkomst van Philips geweest om de mensen te bedanken. Voor het eerst in jaren kon Max zich weer echt vrij voelen. Niemand die hem dwong om bepaalde dingen te doen. Niemand die hem meer pijn kon doen of in gevaar kon brengen. Samen met zijn vrouw heeft Max een gedenksteen neergezet bij een van de massagraven, om de dierbaren die hij verloren heeft te eren.

Terugkijkend op de oorlog voelde Max zich bevuild door alle narigheid die de mensen hem hebben aangedaan. De manier waarop zijn vrijheid werd afgenomen en de onmenselijke wijze waarop hij behandeld is, hebben hem diep geschokt. Gedurende zijn hele leven heeft hij nog last gehad van nare dromen waarin hij opgepakt werd of naar een kamp gebracht zou worden. Toch besefte Max dat hij verder moest en dat hij moest proberen om zijn leven weer op te pakken. Dit lukte. Zonder hulp of therapie. Max besloot om economie te gaan studeren, waarna hij een succesvolle carrière in het bankwezen zou maken. Ook zou hij trouwen, kinderen en kleinkinderen krijgen.

Na de oorlog heeft Max geen moeite gehad met zijn achtergrond. “Ik heb een joodse achtergrond en dat hoort bij mij.”, zou hij later zeggen. Echter, Max zou weinig steun vinden in het geloof na de oorlog. Max gelooft niet meer dat er zoiets bestaat als een god. Als God echt zou bestaan, dan had hij in de donkere tijden van de oorlog moeten ingrijpen en alle mensen moeten beschermen tegen het kwaad, vindt Max. Hij voegt hieraan toe dat mocht God toch bestaan, hij een heel slecht mens is. Max noemt zichzelf atheïst. Dit is een stroming waarbij het bestaan van een god afgewezen wordt. Wel is Max lid geworden van de joodse gemeente. Dit heeft hij gedaan om zijn vader te eren. Vader is immers de kans ontnomen om het geloof na de oorlog te belijden.

Naarmate Max ouder wordt, merkt hij dat zijn oorlogservaringen hem steeds meer bezighouden. Toch probeert hij zijn ervaringen niet te veel te delen met zijn (klein)kinderen, om hen geen onnodige sombere denkbeelden mee te geven. Kijkend naar de mensheid ziet Max dat mensen op een negatieve manier om gaan met conflicten. Hitler is immers ook door de Duitse bevolking gekozen. Mensen kozen voor een man die haat en geweld gebruikte om zijn doelen te bereiken. Ook in 2020 worden nog steeds politici verkozen die haat of geweld verkiezen boven verdraagzaamheid.

Wat Max heeft ervaren is vooral dat je problemen en irritaties niet te zwaar aan moet zetten. Natuurlijk zijn er verschillende groepen, verschillende religies en verschillende denkbeelden. Maar men moet beseffen dat verschillen tussen groepen of mensen nooit belangrijker kunnen zijn dan het verdragen en respecteren van elkaar. Max voegt hieraan toe: ”Sommige mensen zullen hierop antwoorden dat ze dan nooit meer iets mogen zeggen of mogen vinden van een ander. Op mijn beurt zeg ik dat er ook niemand is die je vraagt om van alles en iedereen iets te vinden.”

Dit artikel is geschreven door Jim Duijndam op basis van het interview van Herman Teerhöfer met Max Koker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.