Holocaust-kenner over het leven in Auschwitz: ‘De mensen gingen dagelijks door een hel’

door Nick Groenen, 3 juli 2020

In Auschwitz werd niet iedereen bij aankomst gelijk richting de gaskamers gestuurd. Mensen tussen de 15 en 40 jaar werden geselecteerd om het kamp binnen te gaan. Grote groepen mensen hebben maandenlang in het kamp gevangen gezeten. Maar hoe zag het leven in Auschwitz er voor deze mensen eigenlijk uit? Om een antwoord te krijgen op deze vraag gingen wij in gesprek met Holocaust-kenner Herman Teerhöfer.

Herman Teerhöfer is naast zijn werkzaamheden als geestelijk verzorger al jaren bezig met een audiovisueel interviewproject voor zijn stichting Smolinski Foundation. Voor dit project heeft hij inmiddels al 84 overlevenden van het concentratiekamp Auschwitz uitgebreid geïnterviewd. Vanwege dit grote aantal interviews heeft Herman een gedetailleerd beeld van hoe het leven in Auschwitz eruitzag.

Dagelijkse routine

In het kamp zag elke dag er ongeveer hetzelfde uit. Maandag tot en met zaterdag waren lange werkdagen. Gevangenen waren op zondag “vrij”.

Een werkdag begon gemiddeld om half 5 in de ochtend (in de wintermaanden om half zes) zodat zij op tijd klaar konden staan voor het ochtendappèl, een telling van alle gevangenen. ‘De Duitsers hielden erg van structuur in het kamp dus het was voor hen belangrijk dat alles precies klopte.’

Het ochtendappèl duurde ongeveer een halfuur, maar vaak kon het ook wel urenlang duren. Als het appèl werd verstoord of als er mensen ontbraken kon de telling namelijk weer opnieuw beginnen. ‘Er werd ook geen rekening gehouden met de kou of juist hele hete temperaturen. Het was zowel geestelijk als lichamelijk een grote vernedering.’

Kommando’s

Na het appèl kregen de gevangenen het werk toegewezen dat ze die dag moesten doen. Dit werk vond zowel binnen als buiten het kamp plaats. Veel van de gevangenen waren in Kommando’s’ ingedeeld. Kommando’s waren werkgroepen met een specifiek doel. ‘De lengte van het verblijf in Auschwitz hing veel af van het Kommando waar je in ingedeeld was. In Kommando’s waar gevangenen zwaar lichamelijk werk moesten verrichten hielden zij het maar vaak 2 tot 3 maanden vol. In andere Kommando’s hielden mensen het langer vol dan in andere omdat de werkomstandigheden beter waren.’

De kwaliteit van leven was bijvoorbeeld beter in Kommando’s als het Kartoffel-Kommando en het Kanada-Kommando. ‘Het Kanada-Kommando was een apart gedeelte in Auschwitz waar onder andere alle koffers, brillen en kleding gesorteerd werden. Deze spullen waren van de grote groepen met nieuwe mensen die dagelijks in het kamp aankwamen. Iedereen die in Auschwitz aankwam moest al zijn persoonlijke bezitten afstaan.’

Als je in een beter Kommando zat betekende dat nog niet dat het leven in Auschwitz voor sommige mensen kon meevallen. Iedereen maakte zware werkdagen van ongeveer 12 uur lang en kreeg voortdurend te maken met mishandeling, sadisme en ellende. ‘De mensen gingen dagelijks door een hel.’

Steun

Als de werkdag was afgelopen keerden de gevangenen terug naar de barakken. Hier moesten zij weer geteld worden tijdens het avondappèl waarna zij vervolgens een kleine hoeveelheid voedsel kregen dat nooit genoeg was. Dit eten bestond uit een beetje brood met margarine of soep.

‘In de barakken vielen veel mensen eigenlijk gelijk in slaap omdat het werk dat zij deden zo zwaar was voor het lichaam. De mensen die wat later gingen slapen gebruikten deze tijd vooral om steun bij elkaar te zoeken. Mensen zochten bijvoorbeeld andere mensen in de barakken op die uit dezelfde regio kwamen. Zij haalden dan kracht uit het delen van herinneringen en het praten over het leven dat zij hadden voordat zij in Auschwitz terechtkwamen.’

Hel op aarde

Veel van de Auschwitz-overlevenden die Herman heeft gesproken hebben het kamp omschreven als de letterlijke hel op aarde. ‘De lucht in het kamp was vanwege de crematoria gitzwart, de mensen hadden last van allerlei ziektes en er was altijd een risico dat er iets met je kon gebeuren.’

Een overlevende heeft Herman een keer verteld dat ze op zondag buiten de barak zat en nog steeds voorzichtig moest zijn. ‘Als er een SS’er met een herdershond langs zou komen kon dat al je dood betekenen.

Er zijn veel Auschwitzoverlevenden die na de bevrijding uit het kamp niet meer konden geloven, zo verschrikkelijk waren de gebeurtenissen die zij hebben meegemaakt.’

Nick Groenen heeft dit interview en de video gemaakt in het kader van zijn examenopdracht aan het Mediacollege in Amsterdam t.b.v. het Nationaal Auschwitz Comité.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.